Standpunt: De NBA vindt het vanuit het publieke belang begrijpelijk dat het ministerie van Financiën wil overgaan tot het invoeren van een aanwijsbevoegdheid. Maar in het huidige voorstel is onder andere de reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheid te breed. Om die reden stelt de NBA voor om de aanwijzingsbevoegdheid vooralsnog te beperken tot organisaties die als organisatie van openbaar belang (oob) gekwalificeerd zijn. Naast de al bestaande oob’s zijn per 1 januari 2020 nog eens 169 instellingen aangemerkt als OOB[1].

Beperking reikwijdte

De NBA vindt het niet wenselijk om de aanwijsbevoegdheid voor alle wettelijke controles in te voeren, om de volgende redenen:

  • Aanbod groot en divers: Er zijn momenteel 255[2] accountantsorganisaties die wettelijke controles, niet zijnde oob-controles, kunnen uitvoeren. Het risico op het niet kunnen vinden van een accountant is daarom vrijwel nihil te noemen. Dit in tegenstelling tot de slechts zes accountantsorganisaties die de oob-controles wettelijk mogen uitvoeren.
  • Aanzuigend effect: Als een cliënt vier accountants heeft aangeschreven waar zij/hij niet mee uit de voeten kan, wordt dit probleem al snel neergelegd bij de NBA, terwijl die daar de mankracht niet voor heeft., Gezien de grootte van de markt is dat ook niet nodig.
  • Controlerisico: aan de aangewezen organisatie en de opdracht kunnen verbonden controlerisico’s zitten, wat van invloed kan zijn op de uren en controlekosten.

De effectiviteit van de aanwijsbevoegdheid moet zich in de praktijk bewijzen; duidelijk moet worden wat dit betekent voor alle betrokken partijen. Het is daarom beter eerst een pilot te houden voor de oob-controle-opdrachten

Termijn van cliëntbehoud na aanwijsbevoegdheid

In het geconsulteerde wetsvoorstel [3] is niet opgenomen voor welke termijn de accountantsorganisatie de controle moet verrichten, wanneer deze een oob-organisatie krijgt aangewezen . Om te voorkomen dat er jaarlijks gewisseld wordt, met daarbij verhoogd risico op kwaliteitsverlies (immers het team wijzigt telkens, de opgedane kennis wordt niet 100 procent overgedragen, etc.) vindt de NBA dat de benoeming van een specifieke accountantsorganisatie voor een termijn van minimaal vier jaar moet worden vastgelegd.

Publicatie aanwijsbesluit

De NBA pleit er voor om in de wet een bepaling op te nemen die het voor de NBA mogelijk maakt om het aanwijzingsbesluit te publiceren en daarin de naam van de aangewezen accountantsorganisatie en de naam van de te controleren organisatie te noemen. Als een accountantsorganisatie door middel van een aanwijzingsbesluit van de NBA verplicht wordt een controle uit te voeren bij een cliënt kan dit slechte publiciteit genereren voor de accountantsorganisatie, mocht de te controleren organisatie herhaaldelijk negatief in de publiciteit komen. Daarom moet duidelijk zijn dat het om een aanwijzingsbesluit gaat.

 

[1] Circa 15 grote pensioenfondsen, 143 toegelaten instellingen (woningcorporaties) met meer dan 5.000 verhuureenheden, drie instellingen voor het wetenschapsbeleid en acht netbeheerders worden aangemerkt als oob. (Staatsblad 2019, 252)

[2] 255 niet-oob die een vergunning hebben voor wettelijke controle (data 2020, NBA monitor), daarnaast zijn er 6 OOB vergunninghouders.

[3] https://www.internetconsultatie.nl/wettoekomstaccountancysector